Historiek

De stichting

Armoiries

Alix de Rosoit en Arnold IV van Oudenaarde zijn eminente figuren in de 13e eeuw. Ze laten belangrijke sporen na in de streek. In Lessines zijn er het hospitaal en de wallen ; in Oudenaarde op de rechteroever van de Schelde, tegenover de Sint-Walburgiskerk, prijkt de kleine Lieve-Vrouw van Pamelekerk, een parel van de overgangsperiode van de romaanse naar de gotische stijl.

In 1242 was heer Arnold IV de 60 al voorbij. Hij hoopte ongetwijfeld zijn leven in rust en vrede te kunnen eindigen. Maar dat was zonder de Franse koning Lodewijk IX gerekend. De hulp van de Vlaamse heren werd ingeroepen in de oorlog tegen de Engelse koning Hendrik III op basis van het gehoorzaamheidsverdrag dat zij een twintigtal jaren ervoor hadden getekend. Er zat voor Arnold IV dus niets anders op dan, ondanks zijn leeftijd, weer ten strijde te trekken. Maar eerst stelde hij zorgvuldig zijn testament op. Dat bevatte een bepaling ten bate van de armen. In die tijd koesterden de rijken en machtigen immers de hoop om hun fouten goed te maken en in het paradijs te komen met de schenking van een fikse som geld die dan op hun begrafenis aan de armen werd uitgedeeld.

Arnold raakte in 1242 gewond in de slag van Taillebourg vlakbij Poitiers. Zijn echtgenote, Alix, erfde een aanzienlijk fortuin. Zij besloot de laatste wens van haar gemaal in te willigen. Het geld zomaar uitdelen, vind ze echter geen goed idee. Ze zag meer in het beleggen in de oprichting van een hospitaal voor armen.

De hospitaal beweging

Het gasthuis in Lessines spoort met de ontwikkeling van het hospitaalwezen in heel Europa in de 12de en in de 13de eeuw. Op het einde van de 12de eeuw rijzen in de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen heel wat hospitalen uit de grond. Het Sint-Janshospitaal van Brugge werd omstreeks 1180 gesticht, als één van de eerste, en behoort nu tot de beroemdste en best bewaarde. In de lijst horen ook het Sint-Janshospitaal van Damme, het Comtesse hospitium van Lille, Onze-Lieve-Vrouw van de Bijloke in Gent, de hospitalen van Doornik en van Brussel… De hospices de Beaune werden pas veel later opgericht, namelijk in de 15de eeuw.

Deze hospitalen waren bedoeld voor de arme, noodlijdende zieken, die aan de zelfkant van de maatschappij leefden. In die tijd kende de bevolking van de steden, binnen de wallen ,een forse demografische groei. Maar van sociale zekerheid was hoegenaamd geen sprake. De kleine ambachtslui of handelaars die ziek werden, verloren alras hun broodwinning en liepen het gevaar om op straat te belanden, en te bedelen om te overleven.

De sociale situatie plaatste de stadsbestuurders al snel voor grote problemen. Zij trachtten deze te verhelpen met de oprichting van hospitalen. Deze instellingen zouden er dan zijn voor al wie zich geen privé-geneeskunde thuis kon veroorloven, die enkel binnen bereik van adel en bourgeoisie lag.

Ons hospitaal kwam er dus in een periode van welvaart voor Lessines, dat zich vanaf de 12de eeuw gestadig ontwikkelde. De lakennijverheid nam een hoge vlucht, dankzij de bouw van Hallen, en vooral dankzij de Dender, de rivier die onder het hospitaal loop, ideaal om de lakens en andere producten naar het buitenland te verschepen.

Maar deze ontwikkeling en de bevolkingsgroei in Lessines hadden nog andere gevolgen. Ziekte en epidemies werden schering en inslag. De opvang van melaatsen en het begijnwezen konden niet langer de behoeften van de noodlijdenden invullen. Er moest dringend een hospitaal komen.

Het oudste document uit de archieven van het ziekenhuis (juni 1243) is een oorkonde van Jan van Oudenaarde (zoon van Alix en Arnold), die een jaarlijkse toelage van 100 pond aan het hospitaal toekent. Deze aanzienlijke zom moest komen van de domeinen van Maubeuge en van Feignies, eigendom van Alix. Het hospitaal als dusdanig bestond toen al.

De kloostergemeenschap

Zoals in vele hospitalen volgen de zusters van Lessines de kloosterregel van Sint-Augustinus. Deze soepele en aan het hospitaalleven aangepaste regel beklemtoont hoofdzakelijk het principe van de naastenliefde, maar ook de gehoorzaamheid aan de bisschop. Het was de bisschop van Kamerijk, Guy de Laon, die in juli 1247 het Hospitaal zijn eerste statuten verleende, die in 1261 door Nicolas de Fontaines zijn aangevuld. Deze statuten organiseerden heel nauwkeurig het spirituele en het dagelijkse leven van de kloostergemeenschap: tijdschema voor de maaltijden, onthaal van armen en zieken, klederdracht, opleiding van novicen, reglementen en straffen.

Hoewel deze vrouwen een groot deel van de dag wijdden aan de verzorging van zieken en dus aan heel “wereldlijke” taken, toch leidden ze een bijzonder rijk geestelijk leven, zoals blijkt uit de vele kunstwerken. Sommige vertonen een ongewone iconografie, maar als deze werken gecontextualiseerd worden, zijn ze ook voor een actueel publiek perfect leesbaar.

Het archief

Het Gasthuis van Lessines bezit een archief van onschatbare waarde met documenten die teruggaan tot de stichting in de 13e eeuw. Het bevat belangrijke stukken zoals pauselijke bullen, oorkonden, regels en statuten van de instelling, chirografen, charters e.d.m. In de loop van zijn geschiedenis heeft het Gasthuis talrijke documenten voortgebracht. De talrijke minuten, rekeningenboeken, geschillendossiers of ziekenregisters – die op het eerste gezicht van mindere waarde lijken te zijn – vormen onuitputtelijke inlichtingsbronnen over het dagelijkse leven in het hart van een klooster-hospitaal. Deze archivalia geven waardevolle informatie over o.m. de voornaamste eigendommen van het Gasthuis, bepaalde bouwfasen en de uitbreiding van de site en over de zusters die zich om de arme zieken bekommerden.

Hoewel historici bepaalde stukken hebben bestudeerd wat tot interessante studies heeft geleid, heeft het archief zeker nog niet al zijn geheimen prijsgegeven.

Naast archieven maakt ook de bibliotheek van de zusters het mogelijk hun leven beter te leren kennen en te begrijpen, inclusief de spirituele en literaire invloeden die deze gemeenschap hebben gemarkeerd. Laten we niet vergeten, dat lectuur toen niet het voorrecht van iedereen was en dat vóór de veralgemening van het onderwijs enkel de zusters en priesters in staat waren, om deze boeken, die eigendom van het klooster waren, te gebruiken.

© 2018 Hôpital Notre-Dame à la Rose | Design : Bzzz